Muriqui Model

A muriqui monkey mother, infant and juvenile son are shown in their Brazilian forest habitat in 2011. According to new research by Karen B. Strier, a professor of anthropology at the University of Wisconsin-Madison, it is the monkey mothers who pull the strings in muriqui society to the reproductive advantage of their male offspring. The mere presence of mothers and other maternal kin helps male offspring connect with the right females at the right time. (Photo by Carla B. Possamai)What is the Muriqui Model?

Karen Strier researched a rare species of spider monkey for many year in the Brazilian Amazon region. The Muriqui are an endangered species of primate that display fascinating behaviour that may serve as a (better) model for human civilisation. Ever since Darwin’s time we have this idea in our mind that chimpanzees may be the model for human behaviour and society, i.e. hierarchical and violent. However primate behaviour has great diversity as Strier’s research shows.

Muriquis have an egalitarian society, driven by equality of the sexes and ubiquitous fruit and leaf based food supply. What can we learn from this?

Another thing we can learn from Strier’s research is that population density plays a crucial role in behaviour too. No surprise here. Many species have a wide range of behaviours in their repertoire, selecting a specific behaviour depending on how many individuals of the same species are present through a mechanism called Quorum Sensing (ref. B. Bassler).

Ditch Dogma – Question Everything

Maranke Spoor mentioned “dogma” in relation to permaculture, research and science. More precisely she uses the term mostly in relation to techniques used by permaculture practitioners. It’s interesting that Rafter Sas Ferguson published an interesting post n this subject in March last year.

Could the “dogma” issue be related to a widespread misunderstanding of what permaculture really is? Are we confusing the dogmatic application of techniques with the skeptical application of design philosophy? And if so how did we get there? Continue reading “Ditch Dogma – Question Everything”

Schooltuin: motor van het curriculum?

Februari, een mooie tijd om je bezig te houden met reflectie en vooruitkijken in de schooltuin. Wat ging afgelopen seizoen goed? Wat kan beter?

De schooltuin biedt allerlei mogelijkheden om kennis en vaardigheden op te doen die heel breed inzetbaar zijn. Een paar voorbeelden.

  1. Begin bij de bodem. Meten is weten. Bijvoorbeeld temperatuur, zuurgraad (pH), waterdoorlaatbaarheid. Elk van deze gegevens bieden mogelijkheden tot het oefenen van waarnemen en methodes van onderzoek maar van presenteren van resultaten in woord en beeld. Je kan ook koppelen met programmeren, meetinstrumenten en regulatiesystemen. Je kan opdrachten doen in het herkennen van allerlei organismen: bacteriën, schimmels, algen, planten, dieren welke iets kunnen zeggen over de vruchtbaarheid van de bodem. Ook hier zijn verschillende mogelijkheden voor toegepaste communicatie- en rekenvaardigheden.
  2. Plantplan maken. Dit kan aanleiding zijn voor onderzoek naar de eigenschappen en herkomst van onze voedselbronnen. Waar komt onze groente en fruitsoorten vaandaan? Hoe zijn ze verspreid in de loop van de tijd. Wat voor eisen stellen ze aan bodem, water en zon? Hoe worden ze bevrucht? Maak voor elke soort een kaart met daarop de uitkomst van je onderzoek. De kaart kan je buiten in de tuin plaatsen. Hoe maak je zoiets weerbestendig en hufter-proof?
  3. Welke soorten planten kan je bij elkaar zetten zodat ze elkaar helpen beter te groeien en plagen op een afstand te houden? Welke schimmels en insecten zijn nuttig voor de plant en hoe kan je die verleiden zich in jouw tuin te vestigen?
  4. Hoeveel compost en mulch heb je nodig voor je tuin? Bereken de oppervlakte van plandbedden en paden. Hoe dik moet de laag compost en mulch zijn? Wat is dan het volume wat je van de diverse materialen nodig hebt? Regel vervoer. Wat kost dat allemaal en wat levert het op? Denk daarbij in eerste instantie aan mensen, tijd en materialen. Wat heb je beschikbaar “in natura” en wat moet je omrekenen in geld? Waar zitten winst en verlies?

Je ziet dat je in het proces van het beheer van een schooltuin allerlei “vakken” kan terugvinden. Van rekenen en taal tot wetenschappelijk onderzoek tot succesvol ondernemen, aardrijkskunde, geschiedenis biologie, natuurkunde, scheikunde, wiskunde, diverse talen, economie. Het komt allemaal in samenhang en in een authentieke context aan de orde.

Leren op deze manier is ook zelf-evaluerend. Beheers je de competenties op goed niveau dan heb je lekker en gevarieerd eten. Maak je er niks van dan is honger niet uitgesloten. Samenwerken wordt gestimuleerd om het risico te spreiden. Samenwerken stimuleert ook leren van elkaar en kan prikkelen om meer te bereiken dan in je eentje. Een schooltuin is een plek voor sociale en persoonlijke ontwikkeling.

Permacultuur basiscursus

Compost: The Black GoldWat is nu precies de inhoud van de permacultuur basiscursus, soms beter bekend als PDC of Permaculture Design Course?

Een basiscursus is ontworpen als een serie lezingen van minimaal 72 uur met aanvullend praktische ontwerpoefeningen en creatieve leerervaringen. In de klassieke uitvoering is de cursus bedacht als een twee of drie weken durende residentiële cursus. Tegenwoordig vaak als een reeks van weekends verspreid over 8 tot 10 maanden uitgevoerd. Continue reading “Permacultuur basiscursus”

Permacultuur is zoals permacultuur doet

P1050956Ritme en melodie

Permacultuur – als je de term als eens gehoord hebt – is vooral bekend als iets dat met voedsel-tuinieren te maken heeft. Minder bekend maar zeker zo belangrijk is dat permacultuur een manier van doen, kennen en zijn is, waarbij aandachtig naar de ritmes en melodie van de natuur geluisterd wordt op zoek naar de weg van de minste moeite en de beste opbrengst. Mensen spelen altijd een hoofdrol in permacultuurontwerpen: zij zijn de klanten die de opbrengst genieten, delen en teruggeven.
Ritmes zijn er talloze. Denk aan dag en nacht, getijden, seizoenen en jaren. Melodieën zijn er zoveel als er elementen zijn in een permacultuurontwerp. De kunst is om van de kakofonie van willekeurige elementen een welluidende symfonie te componeren die zichzelf in stand houdt, meegaand en reagerend met de ritmes van de natuur en de voortdurende veranderingen in de wereld.

Schaal

Wat biomimicry is voor het vergroenen op industriële schaal is wat permacultuur is voor het veerkrachtig maken van ons leven op menselijke schaal.
De grootste uitdaging van permacultuur is dan ook niet het ontwerpen van kleinschalige veerkrachtige zelfvoorzienende gemeenschappen, maar het ontwerpen van niet-confronterende transformaties van onze industriële wereld. Inspiratie kan je vinden in de meegaande discipline van Aikido: de krachten van de danspartner geleiden naar transformatie en metamorfose – geen schokkende confrontatie van werelden maar Dali-esque vervloeien naar minder verspilling en meer genoegen in het leven voor alle betrokkenen. Als alternatieve strategie voor industriële opschaling lenen we in permacultuur daarvoor “hiërarchie van systemen” als ontwerpprincipe uit de systeemleer*.

Gedragsverandering

Een andere peiler van permacultuurontwerp is gedrag en gedragsverandering. Elk ontwerp valt of staat met wat de klanten er mee doen. Klanten worden uitgedaagd oude “slechte” gedragspatronen te verbreken en zich nieuw meer “met de natuur mee” gedrag eigen te maken. Het probleem ligt hierbij niet zozeer in de moeilijkheid van het comfortabel met de stroom van de natuur meedrijven, maar in het loslaten van de ingesleten gewoonte het op de moeilijke manier te doen. Goed permacultuurontwerp is daarom ook altijd een educatief avontuur voor ontwerper en klant waarbij doen, kennen en zijn samenkomen.

*voetnoot: Donella H. Meadows. Thinking in Systems: A Primer. 2008.